Inleiding
Per 1 augustus 1995 is er in Nederland een nieuwe wet van kracht betreffende
het houden van slangen (en andere diersoorten). Deze wet vervangt o.a. de
wet bedreigde uitheemse diersoorten (BUD) en is gebaseerd op de wereldwijde
CITES-overeenkomst. In dit artikel willen wij een kort overzicht geven van
deze nieuwe wet en de gevolgen daarvan voor het houden van een aantal
soorten slangen.
Vooraf
Steeds meer diersoorten in onze wereld worden in hun voortbestaan bedreigd.
De belangrijkste oorzaak is de steeds verdergaande vernietiging van hun
biotoop. De resterende dieren in hun overgebleven leefgebieden worden verder
bedreigd door het wegvangen van soms grote aantallen voor de handel. Om aan
deze laatste bedreiging grenzen te stellen zijn er de laatste twintig jaar
zowel op nationaal als op internationaal niveau wetten en regels opgesteld.
CITES is de belangrijkste internationale overeenkomst bedoeld om de handel
in bedreigde soorten tegen te gaan, op dit moment ondertekend door 128
staten, waaronder Nederland. Tussen de staten die verdragspartner zijn in
CITES vindt regelmatig overleg plaats om de regelgeving aan te passen.
In 1977 werd in Nederland de BUD-wet ingevoerd en in 1984 uitgebreid om alle
dieren waarop CITES van toepassing was te beschermen. Sinds 1994 is het
mogelijk om behalve dieren ook planten onder deze wetgeving te laten vallen,
wat resulteerde in de wet bedreigde uitheemse dier- en plantensoorten (budep).
Hierin zijn behalve de door CITES beschermde soorten ook soorten
ondergebracht die genoemd worden in de Flora-, Fauna- en Habitatrichtlijn
van de Europese Unie (FFH), die bedoeld is ter bescherming van bedreigde
soorten en hun habitat binnen de Europese Unie.
De regels
De wet bevat een aantal artikelen die regels stellen die voor slangenhouders
van belang kunnen zijn. Deze regels gelden voor de soorten slangen die
verderop in dit artikel genoemd worden. Hieronder een kort overzicht:
Artikel 3 bepaalt dat het verboden is levende of dode slangen (of delen/produkten
daarvan) te hebben, vervoeren, verhandelen, ten toon te stellen, te ruilen
of ze in- of uit te voeren.
Artikel 5 biedt de mogelijkheid tot het verkrijgen van een ontheffing van de
verboden uit artikel 3. In zijn algemeenheid wordt geen ontheffing verleend
voor de invoer of het verhandelen van wildvangdieren van de soorten uit de
onderstaande lijst. Een ontheffing is wel mogelijk voor het houden of
verhandelen van nakweekdieren. Men dient altijd eerst een ontheffing te
hebben verkregen voordat tot handelen overgegaan wordt.
Artikel 12 bepaalt dat mensen die slangen van de onderstaande lijst in hun
bezit hadden voor 1 augustus 1995 een ontheffing kunnen krijgen voor het
houden van die exemplaren. Deze ontheffing moet schriftelijk aangevraagd
worden voor 1 januari 1996 en geldt alleen voor het houden van de
slangen en transport binnen Nederland. Voor de verkoop of in- of uitvoer van
deze slangen dient echter wel eerst een ontheffing aangevraagd te worden.
Ook voor nakweek dient afzonderlijk ontheffing te worden aangevraagd.
De lijst
De volgende soorten slangen vallen onder de werking van de nieuwe BUDEP-wet:
| |
Van de Boidae: |
|
|
|
| |
alle soorten Madagascarboa's |
|
genus Acrantophis |
|
| |
Argentijnse boa |
|
Boa constrictor occidentalis |
*) |
| |
Round eiland-boa |
|
Bolyeria multocarinata |
|
| |
Dusummiers boa |
|
Casarea dussumieri |
|
| |
Gewone slanke boa |
|
Epicrates inornatus |
|
| |
Mona eiland-boa |
|
Epicrates monensis |
|
| |
Gele slanke boa |
|
Epicrates subflavus |
|
| |
Kleine zandboa |
|
Eryx jaculus |
*) |
| |
Indiase tijgerpython |
|
Python molurus molurus |
|
| |
Madagascar-hondskopboa |
|
Sanzinia madagascariensis |
|
| |
|
|
|
|
| |
Van de Colubridae: |
|
|
|
| |
Kaspische slang |
|
Coluber (Hierophis) caspius |
*) |
| |
Hoefijzerslang |
|
Coluber hippocrepis |
*) |
| |
Pijlslang |
|
Coluber jugularis |
*) |
| |
Balkan-toornslang |
|
Coluber (Hierophis) laurenti |
*) |
| |
Slanke slang |
|
Coluber najadum |
*) |
| |
Muntslang |
|
Coluber nummifer |
*) |
| |
Geelgroene toornslang |
|
Coluber viridiflavus |
*) |
| |
Maskerdwergslang |
|
Eirenis modesta |
*) |
| |
Esculaapslang |
|
Elaphe longissima |
*) |
| |
Vierstreepslang |
|
Elaphe quatuorlineata |
*) |
| |
Luipaardslang |
|
Elaphe situla |
*) |
| |
Dobbelsteenslang |
|
Natrix tessellata |
*) |
| |
Katslang |
|
Telescopus fallax |
*) |
| |
|
|
|
|
| |
Van de Viperidae: |
|
|
|
| |
Zandadder |
|
Vipera ammodytes |
*) |
| +) |
Iberische adder |
|
Vipera seoanei |
*) |
| |
Milos-adder |
|
Vipera schweizeri |
*) |
| |
Spitssnuitadder |
|
Vipera ursinii |
|
| |
Kleinaziatische adder |
|
Vipera xanthina |
*) |
+) uitgezonderd de populatie van Spanje
*) nieuw opgenomen t.o.v. de BUD-wet
Een bijzonder artikel is artikel 3A. De soorten die hierin genoemd worden
zijn door de minister aangewezen en worden op een soortgelijke wijze
beschermd als de soorten op de lijst hierboven. Voor de slangen gaat het
hierbij om alle python's en boa's voor zover ze niet al in de bovengenoemde
lijst opgenomen zijn. Voor het houden van deze slangen en hun transport of
(ver)koop binnen Nederland is geen afzonderlijke ontheffing nodig. Wel moet,
indien gevraagd, aangetoond kunnen worden dat deze slangen in Nederland zijn
gekweekt of al in Nederland waren voordat ze wettelijk beschermd werden.
Voor de in- of uitvoer van deze soorten dient wel een CITES-certificaat
en/of een in- of uitvoervergunning aangevraagd te worden.
Voor meer informatie kunt u terecht bij het:
CITES-bureau,
Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,
Postbus 1191, 3300 BD Dordrecht
tel: 078-6395340, fax: 078-6395350
|